TERUG
|
WAAROM COMPACT ??????
Normaal heeft een dubbel crankstel - zoals Shimano Ultegra - een groot blad van 52 of 53 tanden en een klein blad van 42 of 39. Als je een fiets hebt met een dubbel (52 / 39) en 27 als grootste achter en is dit in de bergen niet genoeg, dan is de goedkoopste en makkelijkste oplossing om toch een ligter verzet te krijgen het monteren van een compact crankstel. Een standaard Compact heeft 50/34 als tandwielcombinatie. |
|
Monteer je op je huidige fiets een Compact-crankstel met 50-buitenblad, dan moet je de voorderailleur een fractie lager zetten. Bij een fiets met een vaste voorderailleurnok moet je wel even checken of dit kan.
Het voordeel van een compact is dat de versnelling makkelijker af te stellen is, omdat de kettinglijn dan beter is en geeft dus minder slijtage.
|
|
Veel fietsers gebruiken voor het vlakke en voor de bergen een ander verzet. Het is verstandig om bij beide verzetten een aparte ketting te nemen in verband met doortrappen.
|
| Hoe bereken je het verzet ????
Wanneer men over het "verzet" in de wielersport spreekt dan heeft dit alles te maken met de doorsnede van het wiel, het aantal tanden van het voortandwiel en het aantal tanden van het achtertandwiel.Het verzet geeft namelijk het aantal meters weer die de fiets aflegt bij een complete omwenteling van het voortandwiel. Zo zul je zien dat een verzet van 32/23 (vaak als triple verzet) ongeveer gelijk is aan een 39/27.
Hoe kan ik dit berekenen? Dit is eenvoudig te bepalen met behulp van de volgende formule:(aantal tanden voortandwiel/aantal tanden achtertandwiel) x (omtrek wiel in meters) = afstand in meters.
Voorbeeld: omtrek wiel = 2,23 meter, voortandwiel = 53 tanden, achtertandwiel = 12 tanden. (53/12) x 2,23 = 9,87 meter.
Dit betekent dat met een verzet van 53 bij 12 een afstand
|
|
Hoe wikkel je een stuurlint:
Er zijn verschillende soorten stuurlint van verschillende materialen (kurk, kunststof of met gel) en natuurlijk in vele kleuren. In een doosje stuurlint zitten altijd twee lintjes, twee stukjes voor bij de remhendels, twee stuurdoppen en twee stukjes tape voor het uiteinde.
|
Eerst zorg je ervoor dat de remkabels goed tegen het stuur aanlopen. Dit doe je door tenminste op twee plaatsen de kabels vast te tapen, met gewone tape van de doe-het-zelfzaak. Op de foto een stuur met Shimano-kabels: slechts de remkabels moeten worden vastgemaakt. Bij een Campa en Sram en ook bij de nieuwe Shimano Dura-Ace groep moet je zowel de rem- als derailleurkabels tegen het stuur plakken.
|
Het wikkelen van een lintje is vrij simpel, maar je moet het enkele keren gedaan hebben, wil je een perfecte bedekking van het stuur hebben. Het wikkelen van het stuurlintje begint aan de onderkant van het stuur. Je houdt het lintje iets schuin waardoor het uiteinde van het lintje iets uitsteekt: dat gedeelte heb je straks nodig (zie foto). Na het begin wikkel je het stuurlintje van buiten naar binnen, bij elke slag half over het al aanwezige lintje.
|
Bij de remhendel plak je horizontaal een stukje stuurlint waardoor ook dit gedeelte keurig bedekt is. Het stuurlint wikkel je kruislings van beneden naar boven, dan terug van boven naar beneden en onderlangs de remhendel verder richting de stuurpen. Standaard is het lintje te lang en daarom moet je het afknippen. Dit doe je niet recht, maar schuin, aan de kant van de stuurpen. Daardoor sluit het lintje mooi aan.
|
Dan plak je het lintje vast met tape. Bij elk stuurlintje wordt dit meegeleverd, maar meestal is dit van zeer slechte kwaliteit. Daarom gebruik je hiervoor dezelfde tape als voor het vastmaken van de remkabels. Twee, drie keer om het stuur wikkelen over 3 tot 4 centimeter en dan zit het lint goed vast. Links en rechts evenveel tape gebruiken, dat oogt wel zo professioneel. Onderin het stuur gaat de stuurdop. Het overgebleven stuurlint prop je in het uiteinde en dan duw je de dop erin. Zo, dat zit. |
WAT TE DOEN BIJ SPAAKBREUK:
Bij een spaakbreuk kun je onderweg het beste de slag minimaliseren. Dit doe je door de twee spaken aan de andere kant iets losser te draaien. Thuisgekomen verwijder je de band en het velglint. Draai de spaaknippel los en zorg dat deze niet in de velg valt. Verwijder de oude spaak en steek een nieuwe in de naaf. Zorg dat die spaak gelijk is aan de andere spaken, in lengte maar vooral in dikte. Anders is een volgende breuk gegarandeerd. Bij het achterwiel moet daarvoor eerst de cassette verwijderd worden. Een beetje buigen mag best met de nieuwe spaak. Draai de nippel strak, maar nog niet vast.
Belangrijk is goed gereedschap. Een passende spaaknippelsleutel en een wielrichter is alles wat je nodig hebt. Je zou ook je frame of vork als houder voor je wiel kunnen gebruiken (onderweg is dat de enige methode) maar dat is onnauwkeurig. Let bij moderne wielsets op dat je vaak een afwijkende spaaknippelsleutel nodig hebt. En in het geval van aërodynamische spaken ook nog een hulpstukje om de spaak niet mee te laten draaien.
De volgende stap is de slag lokaliseren. Van waar tot waar loopt de slag en hoe groot is de uitwijking. Houd ook goed in de gaten of het hele wiel wel in het midden staat. Hiervoor heb je ook speciale gereedschappen.
Bepaal welke kant de velg op moet. Als de velg naar links moet, dan moeten de spaken die van links komen op de plek waar de slag zit strakker gedraaid worden en de spaken die van rechts komen losser. Moet de velg naar rechts dan is het precies andersom natuurlijk. Begin in het midden van de slag en werk om en om naar buiten toe. Eerst dus de spaak achter de middelste van de slag, daarna de spaak ervoor. Houd er rekening mee dat de aangrenzende spaak de andere kant op trekt dan de volgende. Die moet dus juist losser worden gedraaid dan de aangrenzende spaak, of juist vaster als je de andere spaak net losser hebt gedraaid.
Draai een spaaknippel niet meer dan een halve of kwartslag per keer. Heb je alle spaken bij de slag gehad, kijk dan hoe recht het wiel is en herhaal desnoods de handeling tot de slag weg is. Draai dus niet alleen spaken vast, maar de aangrenzende ook iets losser. Met alleen vastdraaien creëer je een hoogteslag. En let goed op de draairichting van de spaaknippels, zeker omdat je af en toe op zijn kop aan het werk bent.
| |